Ooievaarstraat 33, 8940 Wervik
+32 468 14 05 01 (Timo)
+32 477 82 87 78 (Greg)

Al van oudsher heeft op deze plaats een belangrijk bouwwerk gestaan.

In het lijstje van historische en prachtige gebouwen van Wervik vinden we al sinds eeuwen vermeldingen van Het Kapittel.  Wij geven u hieronder een korte historiek en wat leuke feiten.

1ste helft 1ste eeuw na Christus

Hier vinden we de oudste sporen van bewoning: namelijk scherven van terra-sigillata-aardewerk van de pottenbakkers Murranus ( 1ste helft 1ste eeuw na Christus) en Malliacus en Uxopillus (eind 1ste eeuw na Christus).
Terra-sigillata is roodglanzend luxeaardewerk uit het zuiden en midden van Frankrijk. Dikwijls werd de naam van pottenbakker gestempeld op de bodem van het aardewerk.  Daarnaast werden ook plaatselijk gevormde kookpotten (niet op de draaischijf) uit dezelfde periode gevonden.  Dit wijst reeds op bewoning in het begin van onze jaartelling.
Daarnaast werden ook zilveren denari (een Romeinse munteenheid) gevonden uit de 1ste eeuw na Ch.   Algemeen wordt aangenomen dat de plaatselijke bevolking behoorde tot de stam der Menapiers, een volk met invloeden van de Keltische cultuur. Julius Caesar sprak over die verschillende stammen als de Belgae; volgens hem waren het de dapperste de Galliërs. En dus was hij nog dapperder want hij had ze verslagen.

Sporen van Romeinse aanwezigheid na de 3de eeuw zijn eerder zeldzaam. Het is wachten op de 13de eeuw met de vondst van kookpotten en ander aardewerk.  Vanaf dan vinden we sporen  van ononderbroken bewoning op de site van het Kapittel.

1560  

Op het oudst bekende plan van Wervik, dit van Jacobs Roelofs van Deventer, heeft men een duidelijke indruk van een grotere concentratie van gebouwen op deze plaats.

1644 

In Sanderus’ Flandria Illustrata (of Verheerlijkt Vlaanderen) hebben we een mooi beeld van ‘een hoog huis met twee vensters beneden, twee op de eerste en drie luiken in de trapgeven, ingangsdeur of poortje op de Westzijde, met verdieping.’

1755!!

Vanaf dit jaar is ’t Kapittel gekend als herberg.  Voordien was het een burgershuis.  Het bewijs daarvan vinden we in het dagboek van Petrus Jacobus Deburchgrave : ‘In de papstraete (Ooievaarstraat) is tegen halfmaerte 1755 d’herberghe t’ cleen meen tot een eerlyck borgershuys geworden, te midden die ’t groot eerlyck borgershuys in een herberghe verandert die genaemt is t’ Capittel.’

Onopgelost?  Waarom werd gekozen voor de naam Kapittel?  Het kan zijn dat dit grote herenhuis, zie het plan van Deventer en Sanderus, reeds een huisnaam had. Dit was niet ongewoon in de late middeleeuwen. Had die naam dan iets te maken met het St-Pieterskapittel van Rijsel, of de heerlijkheid  Canoninckhove in Wervik ? Een soort hotel waar de Heren van Rijsel konden overnachten wanneer ze hun eigendommen kwamen “visiteren”. Het kan, maar daar vonden wij in de archieven nog geen bewijs van.  Ook van de onderaardse gang die liep van het Kapittel naar de St-Medarduskerk, en dan verder naar Rijsel !!! hebben we tot nu toe geen sporen gevonden.

1761 

Uit het archief van notaris Yves Courtens halen we dat ‘Le Chapitre’ sinds 1761 in handen is gekomen van de familie Ghesquière.

1779 

In een lijst die door het stadsbestuur werd opgemaakt in opdracht van ‘haere Majesteyt’ lezen we : ‘de weduwe Augustin van Staen herberghierege in ‘het Nieuw St Joris’ eertyden ghenaemt het Capittel, in de Hoeyvaertstraete.’  De naamsverandering zal waarschijnlijk liggen bij het feit dat de schuttersgilde ‘St Joris’ er toen zijn lokaal had.

1785

Voor de Wervikse notaris Pieter Van Elslande verschijnen Dominicus Augustinus VanStaen en Joannes Ghijselen , voogden over de vier weeskinderen van Pieter Joannes Ghesquiere en Marie Jacoba Ghijselen.  Zij verhuren aan Maria Joanna Samyn weduwe van Augustinus VanStaen “een huys bestaende in wijnckel, keukencamers & voordere edificien met d’erfce & schutterije daer mede gaende ter ussantie van herberghe van oudts genaemt het Cappitel & als nu het nieuw Sint Jooris gestaen & gelegen binnen dese voornoemde Stede voorhoofdende van suijden inde papstraete van welcken consistentie groote & gelegenthede de pachteresse haer verclaert te vergenougen…..

Wat lezen we hier eigenlijk. De voogden van de 4 kinderen van Pieter Joannes Ghesquiere verhuren het Kapittel, nu het nieuw Sint-Jooris. Blijkbaar verhuisden de handboogschutters van de herberg Sint-Jooris, hoek Koestraat – St-Jorisstraat. Die verhuis dateert wel al van voor 1779: in een lijst opgemaakt door het stadsbestuur staat:  de weduwe Augustin van Staen (= Maria Joanna Samyn) herberghierege in het Nieuw St-Joris, eertyden ghenaemt het Capittel, in de Hoeyvaertstraete. Handboogschutters hebben meestal  St-Joris als patroonheilige.

Dit wil ook zeggen dat de eerste uitbaters/eigenaars van het Kapittel de familie Ghesquiere-Ghijselen was. De twee voogden verhuurden de herberg tot aan de meerderjarigheid van de 4 wezen. Dit blijkt uit de akte van 24-01-1802.

1802 

Een volgende belangrijke akte: 4 Pluviose an X = 24-01-1802.

Voor notaris Carolus Josephus Forrest , is verschenen Pieter Joannes Ghesquiere (= meerderjarige zoon van wijlent  Pieter Joannes en Marie Jacoba Ghijselen) . Hij verkoopt !! aan Carolus Josephus Bossaert, meester-brouwer, wonende in Wervik,  een huys van twee stagien ter ussantie van herberge genaemd het nieuw Sint-Jooris dienende voor Gild-hof aende Confrerie van den heilighe Georgius met alle de  annexe édificien en doel huijsen alsmede omtrent de vijfendertig persen vier en veertig mêtres vier honderd roeden erfve daer mede gaende…. Gestaen ende gelegen binnen dese voornomde Stad in de oijvaertstraete.

Momenteel wordt de herberg en de doelhuizen verhuurd aan Petrus Thermote, voor de prijs van twintig ponden grooten vlaemsch courant . De rest van het erf wordt verhuurd aan Emmanuel Carton (opmerking: waarschijnlijk gebruikt als “groenselhof), voor de prijs van zestien guldens per jaar.

De verkooprijs bedroeg 1000 Franse kroonstukken van 6 livres tournois.

Wat lezen we hier: Pieter Joannes Ghesquiere jr., intussen meerderjarig geworden, verkoop de herberg, die uitgebaat wordt door Petrus Thermote, aan de Wervikse brouwer Carolus Bossaert.

1807

Later kreeg de herberg terug zijn oorspronkelijke naam maar dan, zoals het toen in de Franse tijd was, in het Frans.  Zo maakt ‘Etat géneral de Auberges’ uit 1807 gewag van ‘Le Chapitre’.

1811

Volgende akte: 28-05-1811

Voor notaris Marc Ives Courtens verschenen Frederic  en Charles Ghesquiere, Leon Clement en Sophie Ghesquiere, Lievin Hovyn en Lucie Ghesquiere…….Het betreft een verdeling van de nalatenschap van de moeder van bovenvermelde Ghesquieres.  Hieruit blijkt dat Godefroy Persegaele, zeepzieder in Wervik (Opmerking :hij was zeepzieder en leerlooier in de Leiestraat, ongeveer waar nu restaurant De Waterkant is), bepaalde financiële verplichtingen heeft op  Le Cabaret le Chapitre. Hij was waarschijnlijk wel niet de eigenaar ervan.

Wat lezen we hier. In 1811 wordt niet meer gesproken van het Nieuw Sint-Joris, wel van le Chapitre.

Waarom ??  Het kan zijn dat er verwarring was met le vieux Saint-Georges.  In een akte van 01-02-1812 wordt de herberg Le Vieux St-Georges verhuurd. Toch denk ik dat de schutters in het Kapittel gebleven zijn. Er is daar veel meer plaats.

Oorspronkelijk (vermeldingen in 1414 – 1508 – 1540 – 1588 – 1614 – 1665) waren de handboogschutters ( de staelen boghe) wel degelijk actief in het Oud Sint-Joris. Dit terzijde.

1808 

Le Chapitre gaat over naar Godefroy Persegaele, een Wervikse zeepzieder.

1864  

In het oude stadsarchief kan men lezen : ‘La société de la Grande Harmonie établie au local dus Grand St.Georges, rue de la cygogne’.  Dit is één van de laatste keren dat het Kapittel als St.Georges, de verfransing van St. Joris, vermeld wordt.   Latere geschriften spreken telkens van ‘Le Chapitre’ om dan uiteindelijk over te gaan naar het huidige ‘Kapittel’

1867

Een laatste akte: 26-07-1867. Voor notaris Ferdinand Vuylsteke wordt een verkoop gehouden van twee huizen in l’estaminet le chapitre, habité par le sieur Martin Leire..

Bouwkundige waarde

Volgens de Provinciale Commissie voor Monumenten en Landschappen moet de kern van het gebouw minstens uit de eerste helft van de 17de eeuw dateren.
De voorgevel kreeg zijn huidige, grotendeels neo-uitzicht rond de laatste eeuwwisseling of misschien zelfs na de Eerste Wereldoorlog.  In de vensteropeningen werd een zware kruisvormige verdeling geplaatst ter vervanging van de houten ramen van het 19de-eeuwse type.  Ook het portiek moet in deze periode zijn aangebracht : een uitstekende bakstenen omlijsting onder de mijtervormige waterlijst met topstuk.  De spitsboog is boven het kalf in gedeeld met zwaar maaswerk.  Authentiek in deze gevel lijkt de verdeling van de bovenverdieping in vier rondboognissen met waterlijst.  De oorspronkelijke verankering van rechts ankers werd versterkt door kleine gekrulde ankers.

De twee zijgevels zijn trapgevels, gebouwd in betrekkelijk kleine, eerder rozige bakstenen.  Alleen de voorkamer is onderkelderd met één groot gewelf in baksteen.  De zoldering zou nog de eerste oorspronkelijke zoldering zijn in eik met ‘tappen’ in de gebinten.

Omwille van die specifieke bouwstijl vemoedt men dat dit huis dateert uit de tweede helft van de 16de eeuw, te meer dat het enige gelijkenis vertoont met een oud kasselrijhuis te Kortrijk (thans twee cafés) op de Grote Markt, dat eveneens uit die periode dateert.

 

(Met dank aan Stephane Debonne, Bernard Delvoye, J-P Renier en J.Roelandt)

Naast onze Brasserie bieden wij u ook een ruime Feestzaal aan.  Met een grote tuin, originele nieuwe opmaak en een topkeuken staan wij garant voor een superleuke feest-ervaring.  Communiefeest, Huwelijk, Rouwmaaltijd, Receptie…. Team Kapittel staat paraat.
Hieronder de link naar onze Brochure

Brochure Kapittel